Halt, wie ben ik?

Een school zoekt zesendertig buurtbewoners. “Willen jullie brieven schrijven met onze leerlingen? Een jaar lang? Een zevental brieven?” De leerlingen schrijven terug in groepjes van vijf. Zij proberen via de brieven te ontdekken wie hun buurtbewoner is. Leerlingen communiceren over wie ze zijn, wat ze graag doen, wat hun grootste wens is, hoe ze huiswerk ervaren, waar ze wonen, … De leerlingen vertellen dit niet alleen aan hun buurtbewoner, maar ook aan elkaar, want ze sturen altijd gezamenlijk een brief terug. De buurtbewoner antwoordt telkens vanuit zijn of haar perspectief. Op het einde van het schooljaar maken de leerlingen dans- en theatervoorstellingen, gebaseerd op de logboeken die ze over hun buurtbewoner hebben gemaakt.

Dit project werd voor het eerst vijftien jaar geleden uitgevoerd in basisschool De Griffel in Maasmechelen en was één van de initiatieven van ‘Vlaggen & Wimpels”, een project van de Veerman. Het luisterde naar de naam ‘Halt, wie bent u?’, maar eigenlijk ging het vooral over ‘Wie ben ik?’ en het kunnen delen van die vraag. Leerlingen hadden het over hun talenten en hun passies, en konden daarmee op verschillende manieren experimenteren. Het zorgde niet alleen voor een positieve vibe in de school - leerlingen, leerkrachten en buurtbewoners waren wild van het project – het zorgde ook voor verbinding.

Deze week mailde een ouder. Haar zoon start in het hoger onderwijs, maar heeft nog steeds geen richting gekozen. Het is al september. De tijd dringt. Hij weet het echt niet. “Halt, wie ben ik?” horen we hem fluisteren. Hoe komt het dat jongeren na achttien jaar leren en ontwikkelen die vraag niet kunnen beantwoorden? Wat missen we in ons onderwijs dat leerlingen niet weten waar ze goed in zijn en wat ze graag doen? Een rapport met goede punten (of slechte) lijkt hen dat niet te vertellen…

Het project ‘Halt, wie bent u?’ in de Griffel nam die vraag ter harte. Het gaf de leerlingen kansen om daarover te delen. Maar het gaf ook de kans om jezelf vorm te geven door zelf vorm te geven. Het opende werelden (en voordeuren van buurtbewoners) omdat er open vragen werden gesteld en omdat ‘goed of fout’ niet ging over oefeningen, maar over het leven zelf, waardoor ‘goed of fout’ voor iedereen anders kon zijn.

Talentontwikkeling en leren wordt in het onderwijs maar mogelijk als we daarvoor ruimte en tijd maken. Ruimte om talenten te ontwikkelen, ruimte om te zoeken wat bij je past, ruimte om daar al of niet gelukkig mee te zijn. Ruimte om dat in vraag te mogen stellen en opnieuw te mogen beginnen. 

Maar in ons onderwijs moet al zoveel. De Vlaamse Automobilistenbond (VAB), kwam de voorbije weken twee keer in het nieuws. Eén keer over de fietshelmen één keer over de verkeersregels over fietsen. De oplossing die ze suggereren is voor hen twee keer dezelfde: meer verkeerseducatie op school. “Liefste onderwijs, los het maar op!” Zo zijn er tal van actoren die hun problemen in het bootje van het onderwijs droppen. Zo moet een school alsmaar meer.

Misschien moeten we eens naar minder. Minder problematiseren, minder motiveren, minder zorgen. Misschien gaan we sneller vooruit als we van de zorgcoördinator een krachtencoördinator maken. Waar zijn leerlingen goed in? Hoe kunnen ze met hun sterktes hun zwaktes overbruggen? Misschien zijn leerlingen dan wel vanzelf gemotiveerd. Misschien worden we zo aan meer diversiteit gewoon, zodat er minder gedrag als problematisch wordt bestempeld.

Misschien wordt ‘Halt, wie ben ik?’ daardoor een overbodige vraag als je achttien bent. Misschien ...